|
Museum Volkenkunde beheert collecties van wereldfaam, bijeengebracht door een reeks van illustere verzamelaars. De verzamelgeschiedenis is nauw verbonden met die van het Koninkrijk der Nederlanden. Koning Willem I (1772-1843) zond geleerden uit naar overzeese gebieden om materiaal en gegevens te verzamelen voor Nederlandse musea. In 1816 kwam het Koninklijk Kabinet van Chinese Zeldzaamheden tot stand. Hieruit kwam in 1821 het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden in Den Haag voort. Curiositeiten van allerlei aard zijn in de loop der jaren aan dit Kabinet toegevoegd, maar de etnografische verzamelingen bleven de belangrijkste, zeker toen in 1826 en 1832 de Japancollecties van J. Cock Blomhoff en J.F. van Overmeer Fisscher werden aangekocht en in 1837 die van Ph.F. von Siebold. De etnografische verzamelingen werden de basis voor het Ethnografisch Museum in Leiden (1837), later Rijksmuseum voor Volkenkunde, het huidige Museum Volkenkunde.
In de tweede helft van de negentiende eeuw breidden de collecties zich sterk uit. In de eerste decennia van de twintigste eeuw nam de collectie op het gebied van Indonesië zeer toe. Het museum slaagde er bovendien in waardevolle collecties te verkrijgen uit het Zuidzee-gebied, uit Afrika (waaronder de Benin-bronzen), uit Amerika (onder meer een bijzondere collectie Peruaanse keramiek), uit Tibet en uit Siberië. De belangrijkste aanwinst in deze periode was echter de overdracht van die voorwerpen uit het Rijksmuseum van Oudheden, die buiten de klassieke oudheid vielen. Ook de collectie oudheden uit Amerika vond haar weg naar het museum. Na de Tweede Wereldoorlog werden collecties uit onder andere Nieuw-Guinea en Groenland verworven. Museum Volkenkunde werd een museum van internationaal niveau met beroemde, goed gedocumenteerde collecties. |