|
Ligging
Zelfs tegenwoordig kan Enggano alleen per boot bereikt worden. Er zijn bootdiensten vanuit Jakarta en Bengkulu. Vanuit de laatste stad is er een min of meer regelmatige dienst van twee maal per maand. Als men het eiland per boot nadert, is meteen te zien dat het een laag eiland is, met heuvels die niet hoger reiken dan 250 meter. Het binnenland is moeilijk begaanbaar omdat het dicht begroeid is.
In het verleden lagen dorpjes in de heuvels van het binnenland, maar tegenwoordig liggen ze alleen maar aan de noordoostkust. Van het noordwesten tot het zuidoosten komt men achtereenvolgens Banjarsari, Meok, Apoho, Malakoni, Kaana en Kayapu tegen. De zuidwestkust van Enggano is moeilijk bereikbaar. De Indische Oceaan beukt met volle kracht deze kant van het eiland en de paden die er eens waren om de dorpen in het binnenland met die aan de kust te verbinden, zijn nu overwoekerd door bos. Vanuit de heuvels stromen kleine rivieren naar zee, maar deze zijn slechts een paar kilometer stroomopwaarts bevaarbaar en brengen een reiziger niet erg diep het binnenland in.
De natuurlijke omgeving van Enggano is nogal arm. [8] De verscheidenheid aan planten en dieren is klein, waarschijnlijk door een lange periode van isolatie. Herten en apen komen op het eiland bijvoorbeeld niet voor. Daarom vindt men de belangrijke rol die deze dieren spelen in het rituele leven op de naburige en cultureel verwante Mentawai-eilanden niet op Enggano. De weinige zoogdieren die men in het bos tegenkomt, zijn wilde varkens, de luak (bunzing) en de rat. Tamme varkens zijn er ook, evenals honden, katten, kerbau (waterbuffel of karbouw) en sapi (koeien). Reptielen zoals krokodillen en slangen komen veelvuldig op het eiland voor. | ||||||||||||