|
De geschiedenis van Enggano Al duidt de naam 'Enggano' [13] op vroeg contact met Portugese schepen, de oudste geschreven informatie op het eiland komt uit de journalen [14] van de eerste Nederlandse schepen die naar Indonesië gingen. Op 5 juni 1596 kregen vier schepen onder leiding van Cornelis de Houtman [15] land in zicht.
Het bleek een eiland te zijn. Een aantal bemanningsleden probeerde aan land te komen om verse voorraden in te slaan, maar zij keerden terug naar hun schepen nadat ze een aantal inboorlingen hadden gezien die erg agressief overkwamen. In 1602, 1614, 1622 en 1629 deden andere schepen Enggano aan, waarvan sommige erin slaagden om wat waren te ruilen. Over het algemeen stond de bevolking echter niet te springen om contact met bezoekers. In 1645 stuurde het Nederlandse gouvernement in Batavia twee schepen om slaven van Enggano te halen. In de hevige gevechten werden twee Nederlandse soldaten gedood, maar de andere soldaten slaagden erin 82 mensen gevangen te nemen. Op de terugweg naar Batavia stierven zes Engganezen. Het lot van de andere gevangenen is onbekend, maar het is aannemelijk dat zij nooit op Enggano terugkeerden en in Batavia als slaven overleden. De expeditie werd niet bepaald als een succes beschouwd en een tijd lang verloren de Nederlanders hun belangstelling voor Enggano. Meer dan honderd jaar later, in 1771, bezocht de Engelsman Charles Miller Enggano. Zijn ervaringen werden in 1778 gepubliceerd en in 1779 in het Nederlands vertaald. Weer een eeuw later verbleef ene R. Francis [16], handelaar in kokosolie, twee maal voor langere tijd op Enggano: van 1865 tot 1866 en van 1868 tot 1870 [17]. Hij moet een diepe indruk op de Engganese bevolking hebben gemaakt, want toen de Duitse taalkundige Hans Kähler [18] het eiland in de jaren dertig van de twintigste eeuw bezocht, spraken ze nog steeds over deze 'Mr. Francis'. Pas in de negentiende eeuw wordt het contact met Enggano wat intensiever. We vinden een beschrijving van de handelsactiviteiten van Buginese zeelui met de Engganese bevolking in een artikel uit 1854 van de Buginese handelaar Boewang [19]. Rond die tijd begonnen ook Nederlandse regeringsambtenaren Enggano te bezoeken. Omdat er nooit een permanente Nederlandse buitenpost op het eiland was geweest, bezochten ambtenaren uit Bengkulu Enggano op 'inspectietochten'. In 1852 verbleef Von Rosenberg twee weken op het eiland. Hij publiceerde zijn bevindingen in een artikel (1855) en een boek (1878). Ofschoon zijn verslag geen zeer nauwkeurige beschrijving geeft van de cultuur van het eiland, is het wel de eerste poging tot een meer wetenschappelijke benadering. Helfrich's artikel uit 1888 is ook zeer bruikbaar. O.L. Helfrich werkte als controleur in Bengkulu en hij bracht diverse malen een bezoek aan Enggano. De belangrijkste onderzoeker van de Engganese cultuur is echter zonder twijfel de Italiaanse reiziger Elio Modigliani. In 1891 verbleef hij drie maanden op het eiland en zijn boek L'isola delle donne.Viaggio ad Engano (1894) is nog steeds een belangrijke bron van informatie, niet alleen vanwege de tekst, maar ook vanwege de illustraties. In 1994 werden deze illustraties met grote verbazing ontvangen op Enggano.
Toen Modigliani op Enggano was, lagen sommige dorpen nog in de heuvels. Kort daarop verhuisden de bewoners naar de kustgebieden. Bevolkingsafname In 1994 woonden er zo'n 1600 mensen op Enggano, waarvan ongeveer 60 procent beweert af te stammen van de oorspronkelijke Engganese bevolking.
|