ENGGANO IV. De Engganese cultuur

Economie: Vissen en jagen
Naast producten uit de tuin is er een grote verscheidenheid aan vis beschikbaar, vooral uit zee, maar in mindere mate ook uit de rivieren. De bevolking gebruikt verschillende vistechnieken. Ze gebruiken speren om vis te vangen op het rif. Men gebruikt ook lijnen met haken en net voordat de zon ondergaat, kan men vaak mensen zien vissen met kleine netten die ze in het water gooien. Grotere netten worden ook gebruikt: deze worden dicht bij de kust in de zee gezet. Volgens Hans Kähler [21] gebruikte de bevolking ook gif om vis te vangen.

De Engganezen eten ook varkensvlees, zij het niet dagelijks. Vooral voor feesten vangen ze graag wilde varkens in het bos. Dat doen ze met grote sterke netten. Eenmaal gevangen worden de varkens doodgeslagen of met speren gedood. De bevolking maakt ook gebruik van vallen. Er zijn voldoende wilde varkens, die soms ook mensen aanvallen als ze aan het jagen of op weg naar hun tuinen zijn. Er zijn ook tamme dieren op Enggano. Varkens, honden, katten en kippen, in de achttiende of negentiende eeuw geïmporteerd, worden in grote getale gehouden. De kerbau, de waterbuffel, kwam later op het eiland.

Water
Heden ten dage hebben de meeste huishoudens hun eigen waterput. Hieruit kunnen ze water halen om te drinken en te wassen. In tijden van extreme droogte gaan de mensen naar de rivier om te wassen. Water uit de rivieren kan ook als drinkwater gebruikt worden, evenals melk uit de kokosnoten. Het vruchtvlees van de kokosnoot wordt ook gegeten.


<< vorige        volgende >>


 
scroll downwards  scroll upwards