ENGGANO IV. De Engganese cultuur

Feesten

Eakalea / kaleak baba
In 1973 publiceerde Kähler een beschrijving van wat hij een eakalea feest [34] noemde. Het is het verhaal van een oogstfeest zoals verteld door een informant.

De voorbereiding voor de eakalea begon met het schoonmaken van de graven van belangrijke mensen. De organisatoren van het feest kwamen bij het graf van een hoofd bijeen om de procedure te bespreken. Een van hen spleet een kokosnoot doormidden en maakte plechtig de graven schoon, waarbij hij zei: 'Nu, bid ik voor de graven van jullie allen, nu, en ik heb ze gelouterd zodat al uw rustplaatsen gezuiverd zijn. Maar nu zeg ik: open ze zodat al uw rustplaatsen gezuiverd zijn. Maar nu zeg ik: open mijn ogen voor me hier, maak de aarde voor me niet duister! Waar ik ook mag gaan, stuur me geluk. Wat ik ook zoek in tijden die nog komen gaan, zorg dat ik geen kwaad ontmoet in wat ik doe in tijden die nog komen gaan! Zo spreek ik. Stuur me nu alles wat ik nodig heb om voldoening te bereiken. Zo spreek ik nu bij de voltooiing van het louteren van uw graven op dit moment.' [35]

Het hoofd was nu klaar om een groot feest te organiseren. Een vrouwelijk hoofd diende ook een ceremonie uit te voeren om 'het vertrek van haar neven en van haar jongere broers' te waarborgen.

Vervolgens werden de yam knollen, de producten uit de tuinen, verzameld. De mensen bonden ze aan draagstokken, vijftien stokken voor een vrouwelijk hoofd en tien voor een mannelijk hoofd, en brachten het voedsel de volgende dag naar het dorp. Daarna gingen ze vis vangen. Drie nachten lang gingen ze naar de zee en als ze zagen dat ze voldoende gevangen hadden, gingen ze terug naar huis. Het wordt benadrukt dat het hoofd dan riep: 'Ga in jullie huizen. Wanneer jullie in jullie huizen zijn aangekomen, geef wat je in je handen hebt aan jullie vrouwen.' [36] Net als bij de oogst uit de tuinen, werd de vangst mee naar huis gebracht.

Na te hebben 'gebeden' voor een succesvolle jacht, gingen de mannen het bos in om op wilde varkens te jagen. Het wild werd gevangen en volgens een strikt systeem over de verschillende huizen verdeeld. Het hart, de milt, de lendenstukken en de buik werden verwijderd voordat het varken boven de vlammen van een vuur werd geroosterd. De jagers namen dan de hele vangst mee naar de dorpsslachtplaats, ook wel de 'plek waar zijn kop eraf wordt gehakt' genoemd. Daarna brachten ze de kop van het varken naar het huis van een vrouwelijk hoofd.

Daarna gingen ze nogmaals op pad, ditmaal naar de tuinen om bananen te plukken. Uiteindelijk trokken ze weer naar zee en bleven daar twee dagen. De vrouwen, die thuis bleven, roosterden de yams. Als de mannen terug kwamen na de visvangst gingen ze weer naar het huis van een vrouwelijk hoofd en zeiden: 'Het is klaar. We hebben alles volbracht; alles wat we zochten is nu compleet. … Morgen gaan we gevorkte takken halen.' [37]

Van de gevorkte takken en bamboestokken die ze in het bos verzamelden, maakten ze stellingen om het voedsel op uit te stallen. Rijpe, uitgelopen kokosnoten hingen ook bij het voedsel om aan het eind van het feest te worden gebruikt.


Het verzamelen van grote hoeveelheden voedsel is een onderdeel van veel rituele feesten. Modigliani 1894.

Daarna werden jonge kokosnoten ook naar beneden gehaald. Deze vulden de rijpe uitgelopen kokosnoten aan, zo werd gezegd. De bijeenkomst voor het feest, waaraan meerdere dorpen deelnamen, kon niet bij nieuwe maan plaatsvinden, ofschoon de uitnodigingen gericht aan de andere dorpen die bij het feest waren betrokken, wel werden verstuurd als de maan afnam. In de tussentijd werd het voedsel op de gevorkte takken in het dorp dat het feest organiseerde, gezet. Het verhaal gaat dat de gemeenschap in vieren werd verdeeld, en dat er vier stellingen met voedsel gemaakt werden. Terwijl men op de gasten wachtte, hingen de kokosnoten, yams, bananen, vis en stukken varken aan de stokken.

Kähler gaf niet alleen een beschrijving van de rituele activiteiten tijdens de festiviteiten. Hij gaf ook informatie over de versieringen die de mensen uit het dorp die het feest organiseerden gebruikten. Het volstaat hier om Kählers opmerkingen [38] te citeren over de sieraden van de vrouwen, opmerkingen die lijken op die welke Helfrich [39] bijna honderd jaar ervoor maakte.


Engganese vrouw in feesttenue. Modigliani 1894.

'… zij dragen schorten gemaakt van Buginese glazen kralen als ze meedoen aan een eakalea feest, en zij dragen oorsieraden gemaakt van de staartveren van de ekiu'i-vogel en van de staartveren van de papegaaien … Zij dragen kettingen van e'odoko schelpen … Er was nog een ander sieraad voor vrouwen: een 'haarcilinder'. Hierin deden zij hun sieraden, ofwel eit'ia'a. Dit was het sieraad van de vrouwen die een groot eakalea feest organiseerden, omdat we deze niet mogen gebruiken als sieraad bij kleine bijeenkomsten, maar alleen voor bijeenkomsten waar grondige voorbereidingen voor worden getroffen.'

Intussen versierden de genodigden zichzelf (op een andere manier) en verzamelden ze ook voedsel om mee te nemen naar het feest. Als de bezoekers in het dorp waar het feest gehouden werd aankwamen, nodigde het dorpshoofd iedereen uit om naar een plek in het bos te gaan waar zij eerder kamp opsloegen. Er wordt niet gezegd waar dit was. Mensen namen speren en messen mee voor in het bos. Daarna keerden zij met vreugdekreten uit het bos terug naar het dorp. In de buurt van het dorp vormden ze een cirkel en stampten ze met hun voeten op de aarde. De aarde bulderde van hun gestamp. Uiteindelijk riep het hoofd dat de leiding over het feest had: 'Genoeg! U bent tevreden, en dat ben ik ook'. Blijkbaar was het een leider van een clan die op bezoek kwam omdat hij verder zei: 'U heeft me uitgenodigd en ik ben gekomen om onze bijeenkomst op te fleuren. En daarom zijn we beiden tevreden, omdat we hebben afgesproken om onze harten te verlichten met sport.' Daarna zong en danste iedereen. Degenen die het feest organiseerden, zongen iets anders, en de gezangen werden niet vermengd.

Na het dansen nam het dorpshoofd van het dorp een yam, die een dode vertegenwoordigde, en wikkelde hem in een stuk stof. De stof kwam klaarblijkelijk van Tuan Frantjis (mijnheer Francis) die rond 1860 een aantal maanden op Enggano door had gebracht. Het dorpshoofd hield de yam en de stof vast en zei: 'Dit is het einde van mijn gedachten op de plek waar mijn dode kleinkinderen en mijn dode jongere broers en zusters overleden, omdat ik iedereen bij elkaar heb geroepen. Iedereen hier maakt het goed. Laat ons mijn afscheid van hen horen. Zij gaan naar hun dorp, omdat ik nu tevreden ben.'

Hierna wordt de beschrijving onduidelijk. Het beeld van de dode en de schaduw (beeld) van een dood kleinkind worden genoemd, maar het is niet duidelijk wie wat zei. Aan het eind legt Kählers verteller uit dat als ze een eakalea feest bijwonen 'ze geen gevoelens van haat mee moeten nemen naar de plaats van de bijeenkomst, omdat het stamhoofd dan boos wordt omdat we het aspect van het doden meebrachten.'

Hoewel het feest nu op zijn eind liep, gingen de bezoekers in de laatste nacht van het ritueel terug naar het dorp van de organisatoren om ze 'bang' te maken. Wederom volgens Kähler's informant, voerden zij verschillende dansen uit en zongen ze prachtige liederen. Er werden ook diverse scènes opgevoerd, maar deze worden niet in detail beschreven.


<< vorige        volgende >>


 
scroll downwards  scroll upwards