ENGGANO V. De Engganese materiële cultuur

Kleding
In tegenstelling tot de eerste Europese afbeeldingen van het Engganese volk in het journaal van Cornelis de Houtman, die ze vrijwel geheel naakt afbeeldt, hadden zowel mannen als vrouwen een grote verscheidenheid aan kleding. Deze kleding was gemaakt van vezels, boombast, kralen, hout, bladtin, veren, bladeren en grassen.

Zoals vaak het geval is, was de dagelijkse kleding niet erg speciaal. Vezels en grassen werden gebruikt om lendendoeken te maken en wortels van bomen om armbanden te maken. Men droeg riemen van varkenshaar, hoewel de rijk versierde riemen speciaal werden bewaard voor feestelijke gelegenheden. Er zijn kleine hemden van boombast bekend, maar er is geen duidelijkheid over hun functie en symbolische betekenis. De hoofdbedekking van mannen in de rouwperiode na de dood van een familielid is nogal ongewoon, daar er elders in Indonesië geen gelijksoortige voorwerpen gevonden zijn. Een gebogen hoofddeksel van bananenbladeren moest tot drie maanden na de dood van een familielid gedragen worden. Modigliani publiceerde een foto van een man die zo'n hoofddeksel draagt.

   

Engganese man met een hoofddeksel voor een rouwperiode. Modigliani 1894 (links). RMV 3600-1585 (rechts)

Vrouwenkleding
Het meest opvallende element van de Engganese materiële cultuur is de kleding van de vrouwen voor grote rituele feesten, en dan met name de kaleak baba, het oogstritueel. Rond de heupen droegen ze riemen van varkenshaar, rijk versierd met geïmporteerde glazen kralen. Vooral rode, witte en blauwe kralen werden veel gebruikt en er zijn aanwijzingen dat het aantal rode kralen die aan de riem hingen het aantal hoofden dat voor het feest genomen was vertegenwoordigde. Glaskralen werden ook gebruikt voor de kettingen, in combinatie met een paarlemoeren sieraad. De sieraden zijn meestal versierd met ingesneden geometrische motieven of, in één zeldzaam geval, met een afbeelding van een Europees schip.


RMV 407-5

De hoofdbedekking van vrouwen, epaku, is het meest bijzondere element van de rituele kleding. De epaku bestaat uit een houten cilinder, waarop de beeltenis van een gehurkt figuur, vaak gedeeltelijk bedekt met bladtin, is uitgesneden. Dit tin is op Enggano niet te vinden, dus moet het, net als de kralen, geïmporteerd zijn. Aan de bovenkant van de epaku waren stokjes met kippenveren bevestigd. Bij de meeste epaku in musea ontbreken deze stokjes. Maar heel zelden zien we zo'n hoofddeksel in zijn 'volle glorie.'


RMV 728-17

Op rituele feesten werden deze houten cilinders op het haar van de vrouwen geplaatst en met kleine houten of bamboe stokjes vastgezet. Als ze aan het dansen waren, draaiden de vrouwen rondjes met hun hoofd, waardoor de stokjes met kippenveren in het ronddraaiden. Naast deze epaku werden amuletten, ook met gehurkte figuren, op deze feesten gedragen. Lange vezeldraden, met of zonder kralen, hingen aan deze amuletten.[41] De betekenis van de gehurkte figuren is lang onduidelijk geweest. Modigliani noemt ze 'oorlogstrofeeën' en ze komen ook voor op andere voorwerpen dan op de epaku en op amuletten.


<< vorige        volgende >>


 
scroll downwards  scroll upwards