 |
De ruimte in en rond de huizen
In het bijenkorfhuis was slechts één kamer. De enige opening was de deur. Langs de muur bevond zich een aantal voorwerpen die voor de familie van ritueel belang waren, maar helaas is het niet altijd duidelijk welke voorwerpen men hiervoor gebruikte en bewaarde. In het midden van het huis was een haardplaats, meestal gevuld met aarde. De voornaamste reden moet geweest zijn om de insecten uit het huis te verdrijven, ofschoon het vuur het huis 's nachts ook warm hield. Het feit dat er geen opening in het dak zat om rook te laten ontsnappen en dat het keukengerei hier niet werd bewaard, duidt erop dat men elders kookte. Andere voorwerpen in het huis waren de slaapmatten gemaakt van pandanus-bladeren. Alleen man, vrouw en een of twee jonge kinderen sliepen in het bijenkorfhuis. Andere familieleden en oudere kinderen sliepen in een rechthoekig huis, verbonden met het bijenkorfhuis. Dit rechthoekige huis diende niet alleen als slaapplaats, maar werd kennelijk ook gebruikt als keuken.
Dit huis moet veel comfortabeler zijn geweest dan het bijenkorfhuis, omdat er geen gesloten muren omheen stonden, waardoor rook makkelijk kon ontsnappen en omdat er meer ruimte was. Een nadeel moet de kou geweest zijn, omdat het vooral 's nachts op Enggano behoorlijk fris kan zijn. Men hield niet alleen varkens onder het huis, maar bewaarde er vermoedelijk ook zijn schild. Dit idee wordt bevestigd door het feit dat het Engganese woord voor schild, euga u obo, ook 'huis voor een varken' betekent.
De dorpen
Het huis van de plaatselijke leider, tevens het hoogste huis, nam gewoonlijk een centrale plaats in het dorp in. De andere huizen werden in een cirkel om dit centrale huis heen gebouwd. Het dorp kon heel klein zijn en uit maar vijf, of iets meer, huizen bestaan, of was iets groter, tot zo'n twintig huizen. [58]
Het gebruikelijke Engganese woord voor een dorp is eka'udara. Een dorpsgemeenschap kan echter ook een kahanai'ia genoemd worden, wat zoveel betekent als 'een plek om varkens te slachten'. Een aantal van deze kleine dorpen kon een cluster vormen. Alle mensen die in zo'n kleine cirkel van huizen leefden, waren familie van elkaar. [59] Zij konden behoren tot dezelfde subgroep of afkomst, kelompok in Bahasa Indonesia of pahai in de Engganese taal, waarbij ze aan elkaar verwant waren in vrouwelijke lijn.
Kähler [60] beweerde dat er in elk cirkelvormig dorpje meer dan één clan leefde. Een hek, gemaakt van met rotan aan elkaar gebonden houten palen, stond om het dorp heen. Buiten deze cirkelvormige ruimte waren de tuinen, en iets verder weg de rimboe.
<< vorige volgende >>
|  |