 |
VII. Afbeeldingen van de gedode vijand
Ondanks het gebrek aan bronnen is het mogelijk om tenminste één materiële uiting aan te wijzen die wellicht van groot ritueel belang is geweest voor de Engganezen. We zijn een aantal keren de gehurkte figuur tegengekomen, op de hoofdbedekking van vrouwen, de amuletten en de deksels van de houders, en we hebben Modigliani's interpretatie van deze figuren als oorlogstrofeeën genoemd. Dit idee is waarschijnlijk ook een centraal begrip in andere delen van de Engganese materiële cultuur geweest. Gelijksoortige snijwerken, zij het niet de gehele gehurkte figuren, maar alleen de hoofden, komen voor op grepen van messen [68] en op versieringen op de centrale paal in het huis en de trappen. [69]
 |
RMV 2139-2 |
In al deze gevallen is het afgebeelde hoofd waarschijnlijk de beeltenis van een gedode vijand; een beeld dat nauw verbonden is met de vruchtbaarheid van de familie en de grond. Men moest doden om nieuw leven te kunnen creëren. Kennelijk droeg de gedode vijand op Enggano symbolisch het huis. De familie die in het huis woonde, werd als het ware ondersteund door het beeld van de gedode vijand in het zeker stellen van het welzijn van de familie en in het voortbrengen van nieuwe generaties. Informatie afkomstig uit recent veldwerk bevestigt de belangrijke functie van de centrale paal van het huis. Gesprekken met clanleiders op Enggano in 1994 maakten duidelijk dat de centrale paal, tevens de eerste paal die geplaatst werd, cruciaal was voor de suku van de huiseigenaar, en verondersteld werd voorspoed te brengen aan de familie.
<< vorige volgende >>
|  |