|
III. Het Indiase concept van liefde Jayadeva en andere beroemde middeleeuwse dichters weidden uit over de passie tussen herder-god Krishna en zijn favoriete herderinnetje Radha, en brengen de niveaus van fysiek en spiritueel genot met elkaar in verband. Krishna's liefdesverhouding met Radha is gecondenseerd tot een religieuze extase. Zijn spirituele intimiteit, die hij, tegelijk met alle wezens op universele schaal, met een individu had, wordt uitgedrukt door de sensualiteit van zijn liefdesrelatie met Radha. Krishna en Radha zijn de dragers geworden van erotische emotie, met het bijbehorende genot en hartzeer, die uiteindelijk leidt tot een hemels genieten van liefde. De esthetische ervaring van deze liefde is het middel om denkbeeldige barrières die mensen van het bovenaardse scheidt, te doorbreken [20]. Indiase verhandelingen over liefde en het gedrag van minnaars beschouwen Krishna en Radha geregeld als hun geïdealiseerde onderwerp. Dichters en redekunstenaars classificeren minnaars (nayakas en nayikas) naargelang hun temperament en omstandigheden. De gelukkige en verenigde minnaars (samyoga) vormen een van de twee ruime categorieën, in tegenstelling tot degenen die moeten lijden onder de pijn van het scheiden (viyoga of viraha). Men komt Krishna en Radha vaak in de rollen van nayaka en nayika tegen. Op dezelfde manier zijn mooie vrouwen van tere schoonheid en elegante pas, getroffen door liefde en door de verschillende gevoelens van liefde, ook getrouwe weerspiegelingen van Radha, het eenvoudige melkmeisje en de geliefde van God [21]. |