 |
Hotz, de Tentoonstelling en ht RMV
Een van de organisatoren van de tentoonstelling in Amsterdam was de directeur van het Rijksmuseum voor Volkenkunde (RMV) te Leiden, Dr. L. Serrurier. [8] Hij hielp bij het opzetten van verschillende buitenlandse paviljoens, waaronder dat van Iran. In die tijd was Hotz al bekend bij het museum vanwege zijn reizen en werk in Iran. In september 1882 bijvoorbeeld, verwierf Hotz een kleine collectie Perzische voorwerpen voor het museum, bestaande uit wapenrustingen, wapens, pijpen en dienbladen. [9] Het is daarom niet verwonderlijk dat Hotz al snel met het museum in onderhandeling was over de verkoop van voorwerpen die Hotz in Iran had verworven voor het Iraanse paviljoen. Hij bood het museum verschillende stukken tegen kostprijs aan. Uiteindelijk werd overeengekomen dat het museum een selectie aan stukken zou kopen voor een bedrag van NLG 1.170,30, wat in die tijd een aanzienlijke som was. In november 1883 werden derhalve 357 stukken van Perzische herkomst aan de museumcollectie toegevoegd onder serienummer 503 (zo is 503-282 een broek en 503-267 een herenjas). Tot deze collectie behoren de verschillende kledingstukken waar we verderop in deze publicatie op in zullen gaan.
<< vorige volgende >>
|  |