Kamoro-maskers Geschiedenis

Geschiedenis
Geschiedschrijving in westerse zin begint met het eerst vastgelegde contact tussen de lokale bevolking en blanke buitenstaanders. Voor die tijd waren er echter reeds contacten met Chinese handelaren en met mensen uit de Maleisische archipel en de Molukken. In 1623 leidde contact tussen bemanningsleden van twee schepen van een VOC expeditie onder leiding van kapitein Jan Carstensz [4] en de Kamoro, als gevolg van schermutselingen, tot de dood van twee leden van Carstensz' bemanning.[5] In 1636 kwam de expeditie van Gerrit Pool [6] in contact met de oostelijke Kamoro. Daarna duurde het bijna twee eeuwen voordat buitenstaanders opnieuw het gebied bezochten. In 1828 brachten deelnemers aan de Triton-expeditie [7] elf dagen vreedzaam in een Kamoro-dorp door. Pas in 1910-'11 en 1912 wisten westerlingen door te dringen tot het achterland. In hun pogingen de Carstensz-toppen [8] te bereiken via het Mimika-gebied werden toen leden van de Wollaston-Expedities [9] van de British Ornithologists Union en Royal Geographical Society vriendschappelijk door de Kamoro ontvangen.


De Carstensz-toppen zoals ze vanaf zee te zien zijn.
(Foto Kal Muller. Pickell en Muller 2001:75)

In 1926 vestigden de Nederlanders een eerste bestuurspost in de regio, in 1927 gevolgd door een Rooms Katholieke missiepost, beide te Kokonao [10]. Tussen 1926 en 1963 is het gebied onder Nederlands bestuur geweest. In die periode ontstonden er ondermeer 'model-dorpen' die grote veranderingen in het sociaal-economisch patroon met zich meebrachten. Het Nederlands bestuur trad ook in een beschermende rol op door als een buffer te fungeren tegen de aanvallen van de naburige Asmat.

Tussen 1942 en 1945 bezetten meer dan 1000 Japanse soldaten het Kamoro-gebied. Dit leidde onder andere tot de aanleg van een vliegveld te Timika, nu beter bekend als Timika Pantai. De bevolking nam in die tijd tegenover de Japanse bezetters een houding aan van passief verzet, gekenmerkt door noch meehelpen noch dwarsbomen.

In 1963 droegen de Nederlanders het gebied als onderdeel van het toenmalige Nederlands Nieuw-Guinea over aan Indonesië en ging de regio deel uitmaken van de provincie Irian Jaya. Recentelijk (oktober 2001) bepaalde het Indonesisch parlement dat de provincie Irian Jaya een bepaalde autonomie mocht krijgen en dat deze provincie voortaan de naam 'Papua' zal dragen.

In 1967 bereikte de multinationale mijnbouwgigant Freeport [11] overeenstemming met de Indonesische regering om zich in het Mimika-gebied te mogen vestigen om koper en goud te winnen. Dit heeft een grote invloed gehad op natuur en samenleving (o.a. aantasting van het milieu en gedwongen relocatie van Kamoro-nederzettingen). Naast die negatieve effecten is er evenwel ook een positief bijeffect. Na een nieuwe vleugel van het Asmat-museum in het naburige Asmat-gebied te hebben gefinancierd, werpt Freeport zich nu ook op als voornaamste sponsor van het sinds 1998 jaarlijks georganiseerde Kamoro Art Festival.

Al sinds de tijd van Nederlands bestuur is er sprake van co-existentie van de traditionele levenswijze en de geïmporteerde. Naar het schijnt probeert de bevolking beide werelden gescheiden te houden en van beide werelden te profiteren. Of zoals Pouwer signaleerde:

'Achter een rookgordijn van instemming, gedogen en gelatenheid jegens de overmacht van de vreemdelingen, houden zij waar mogelijk vast aan hun eigen levensstijl'.[12]

<< terug        verder >>